ALGEMEEN

Een vrolijke stevige jachthond. De Cocker Spaniel moet evenredig en compact gebouwd zijn en ongeveer hetzelfde meten van de top van de schouder tot de grond, als van de schouder tot de staartaanzet.

 

GEWICHT

Reu 14 - 15 kg.

Teef 12 - 13 kg.

 

LEEFTIJD

13 - 14 jr.

 

SCHOFTHOOGTE

Reuen: 39 tot 41 cm.

Teven: 38 tot 39 cm.

 

KLEUR

Verschillende kleuren. Bij de effen kleuren is wit alleen toegestaan op de borst.

 

GEBIT
Sterke kaken met een volmaakt, regelmatig en volledig schaargebit, d.w.z. de boventanden vallen juist over de ondertanden en de tanden staan recht in de kaken.

 

HALS
Gematigd van lengte, gespierd. Fraai overgaand in mooi schuin liggende schouders Geen keelhuid.

 

VACHT

Glad en zijdeachtig, nooit te stug of gegolfd, met voldoende bevedering, maar niet te overvloedig en nooit gekruld. Kleur verschillende. Bij de eenkleurige is, behalve op de borst, geen wit toegestaan

 

HOOFD EN SCHEDEL

Een goede vierkante voorsnuit met een duidelijk aangegeven stop, die precies in het midden moet liggen tussen de punt van de neus en de achterhoofdsknobbel. De schedel moet goed ontwikkeld zijn, mooi besneden, niet te fijn en niet te grof. De jukbeenderen mogen niet uitsteken. De neus dient voldoende breed en goed ontwikkeld te zijn, zodat het uitstekende reukvermogen van dit ras tot zijn recht kan komen.

 

OGEN

Donkerbruin of hazelnootkleurig, in overeenstemming met de vacht.
Vol, maar niet uitpuilend. Donker bruin of bruin, nooit licht, maar in geval van lever, leverschimmel en leverbont, donker hazelnootkleurig om met de vacht te harmoniseren;
met intelligente en zachte uitdrukking maar attent, helder en vrolijk; aangesloten oogranden

 

OREN

Lobvormig, laag aangezet op de hoogte van de ogen. Dunne oorlappen die tot de punt van de neus reiken. Goed bedekt met lang zijde-achtige sluik haar.

 

LICHAAM

Het lichaam moet buitengewoon sterk en compact in verhouding tot de grootte en het gewicht van de hond zijn. De ribben moeten goed gewelfd zijn achter de schouderbladen, de lendenen kort, breed en sterk met een vaste bovenbelijning, lichtelijk afhellend naar de staart.

 

GANGWERK

Er moet een werkelijke ruime beweging voor en achter zijn met veel stuwing en ruim grond beslaand.

 

VOORHAND

De schouder moet schuin en goed liggen, de borst diep en ontwikkeld, niet te breed nog te nauw van voren. De benen moeten behoorlijk zwaar van bot, bevederd, recht en voldoende kort zijn om geconcentreerde kracht te ontwikkelen, maar ook weer niet te kort, waardoor de enorme inspanning, die van dit prachtige jachthondje verwacht wordt, belemmerd zou worden.

 

ACHTERHAND

De achterhand moet breed, goed gerond en zeer gespierd zijn. De benen moeten behoorlijk zwaar van bot zijn en bevederd boven da hak, met een goede hoeking van het kniegewricht en kort onder de hak om de mogelijkheid te geven voor een stuwend en ruim gangwerk.

 

VOETEN

De voeten moeten stevig zijn, met dikke zolen en rond als van een kat.

 

STAART

Laag aangezet, horizontaal en nooit opgeheven gedragen. Werd vroeger gecoupeerd, tegenwoordig niet toegestaan. Het voortdurend kwispelen van de staart vormt een kenmerk van deze hond in actie.

 

Uiterlijk